Update
Uitspraken van 24 maart 2026 tot 6 april 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 6 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
M.A. is in 2024 met haar in Frankrijk geboren dochter vanuit Tunesië naar Frankrijk vertrokken. Haar voormalige echtgenoot, H.A., heeft daarop een kinderontvoeringsprocedure ingesteld die heeft geleid tot het oordeel dat de dochter onmiddellijk moest terugkeren naar Tunesië. Het EHRM oordeelt dat de nationale rechters de zaak snel hebben beoordeeld, maar dat zij te weinig rekening hebben gehouden met het verzet van de (elf-/twaalfjarige) dochter tegen de terugkeer en met het belang van het kind. Gelet daarop hebben zij een geen goede belangenafweging gemaakt, in strijd met art. 8 EVRM.
19-03-2026
(Zaaknaam: M.A. t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0319JUD003432424, EHRC-2026-0087) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
B.G. heeft op 16-jarige leeftijd aangifte gedaan van verkrachting door de 17-jarige L.A. Het politieonderzoek is wegens gebrek aan bewijs beëindigd. Daarop is namens L.A. aangifte gedaan van valse beschuldigingen door B.G. Daarvoor heeft het openbaar ministerie als alternatief voor volwaardige strafrechtelijke beoordeling een waarschuwing (rappel à loi) aan B.G. opgelegd. Het EHRM oordeelt dat hiermee is aangenomen dat B.G. schuldig was aan valselijk beschuldigen van L.A., zonder dat dit was gebaseerd op een aannemelijke en volwaardige rechterlijke beoordeling van de feiten en zonder dat voldoende procedurele waarborgen zijn geboden. Daardoor is art. 6 lid 1 EVRM geschonden.
19-03-2026
(Zaaknaam: B.G. t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0319JUD007094517, EHRC-2026-0080) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In het Verenigd Koninkrijk geldt een plafond voor het totaal aan toeslagen voor gezinnen. Dit geldt niet voor alleenstaande ouders die minimaal 16 uur per week werken. Volgens D.A. is deze regeling discriminerend voor alleenstaande ouders met heel jonge kinderen. Het EHRM overweegt dat de staat hier een ruime margin of appreciation heeft. De maatregelen zijn bedoeld om mensen te prikkelen tot het hebben van betaald werk; volgens de regering is dat ook in het belang van het kind. Het EHRM acht dat geen kennelijk onredelijke redenering, zodat art. 14 jo. art. 1 EP en/of 8 EVRM niet zijn geschonden.
17-03-2026
(Zaaknaam: D.A. en R.A. t. het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0317JUD004669219, EHRC-2026-0083) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Bülent Akçay had twee taxivergunningen, die samen bijna twee ton waard zijn. Hij gebruikte de vergunningen niet, maar zag ze als investeringsobjecten. In 2015 nam de gemeente een nieuwe verordening aan die inhield dat niet-actieve taxivergunningen zouden worden ingetrokken, tenzij ze binnen zes maanden werden gereactiveerd. In 2017 ontdekte Akçay dat zijn vergunningen daardoor waren ingetrokken. Het EHRM overweegt dat de nieuwe verordening deugdelijk bekend is gemaakt, ook al was geen sprake van individuele informatievoorziening. Beroepsbeoefenaren hebben ook zelf een verantwoordelijkheid om zich te informeren over wijzigingen in regelgeving. Art. 1 EP EVRM is dan ook niet geschonden.
17-03-2026
(Zaaknaam: Bülent Akcay t. Turkije, ECLI:CE:ECHR:2026:0317JUD004166921, EHRC-2026-0081) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Sekour is in 2015 voorlopige hechtenis genomen in verband met zijn pogingen om zich in Syrië bij Islamitische Staat aan te sluiten. Mede vanwege zijn gedrag in de gevangenis werd hij in isolatie genomen. De isolatiemaatregel werd twintig keer verlengd, maar Sekour is maar tegen vier verlengingen opgekomen. Het EHRM beoordeelt uiteindelijk maar twee perioden, maar doet dat wel in het licht van de lange isolatieperiode als geheel. De isolatiemaatregel zelf acht het niet onredelijk, de omstandigheden van isolatie waren goed en de procedures tot verlenging waren zorgvuldig. Art. 3 jo. 13 EVRM zijn dan ook niet geschonden.
12-03-2026
(Zaaknaam: Sekour t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0312JUD005249619, EHRC-2026-0089) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Manjani is in 2006 veroordeeld vanwege een impulsieve, niet-gewelddadige diefstal die hij op 15-jarige leeftijd pleegde. Hij heeft zijn straf uitgezeten en is gerehabiliteerd. Na een rechtenstudie wil hij nu de opleiding tot officier van justitie volgen, maar hoewel de veroordeling 14 jaar geleden plaatsvond, wordt hij vanwege zijn strafblad toch geweigerd. Die weigering vormt volgens het EHRM een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Zo’n weigering moet op basis van een individuele beoordeling plaatsvinden en in dit geval hadden allerlei verzachtende omstandigheden moeten worden meegewogen. Nu dat niet is gebeurd, is art. 8 EVRM geschonden.
10-03-2026
(Zaaknaam: Manjani t. Albanië, ECLI:CE:ECHR:2026:0310JUD003228323, EHRC-2026-0088)
Hof van Justitie van de Europese Unie
-
Hof van Justitie van de Europese Unie
Een deelnemer aan een demonstratie is aangehouden en meegenomen naar het bureau, waar hij weigerde zijn vingerafdrukken te laten afnemen en zich te laten fotograferen. Daarvoor heeft hij een boete opgelegd gekregen, terwijl hij uiteindelijk niet veroordeeld is voor deelname aan de demonstratie. Het HvJ EU verduidelijkt dat de doeleinden van verzameling van biometrische gegevens voldoende specifiek en nauwkeurig moeten worden geformuleerd. Per individueel geval moet worden beoordeeld of afnemen van vingerafdrukken strikt noodzakelijk is met het oog op die doelen. Of veroordeling hiervoor – zonder verdere vervolging – evenredig is, staat ter beoordeling aan de nationale rechter.
19-03-2026
(Zaaknaam: Comdribus, ECLI:EU:C:2026:219, EHRC-2026-0082) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
In Slovenië liep een strafzaak tegen vier mensen vanwege het verschaffen van een voordeel bij de verkoop van aandelen aan vennootschap L.Z. De aandelen die de opbrengst vormden van het strafbare feit worden gehouden door de in Kroatië gevestigde vennootschap D. Op nationaal niveau zijn vragen gerezen over procedurele waarborgen die aan D. zijn geboden rondom het confiscatiebevel. Dit wordt gereguleerd door verordening 2018/1805, die in uitzonderlijke situaties en bij manifeste schending van procedurele rechten een uitzondering op uitvoering van het confiscatiebevel toelaat. De nationale rechter moet volgens de tweestappentoets van Aranyosi nagaan of daarvoor reden bestaat.
17-03-2026
(Zaaknaam: Županijsko državno odvjetništvo, ECLI:EU:C:2026:210, EHRC-2026-0092) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
JB was als zwangerschapsadviseur werkzaam bij een vereniging binnen de katholieke kerk, maar werd ontslagen toen zij in 2013 uit de katholieke kerk trad om een extra kerkheffing te vermijden. Het HvJ EU wijst erop dat art. 4 lid 2 van richtlijn 2000/78 ruimte laat voor kerkelijke organisaties om eisen te stellen aan de overtuigingen van werknemers, maar in dit geval lijkt de ontslaggrond niet in redelijke verhouding te staan tot het doel van de vereniging. Dat maakt ook dat geen sprake is van een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste in de zin van art. 4 lid 1 van de richtlijn.
17-03-2026
(Zaaknaam: Katholische Schwangerschaftsberatung/JB, ECLI:EU:C:2026:211, EHRC-2026-0086) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Een docent met een handicap en sterk verminderde arbeidsgeschiktheid wil gebruik maken van een mobiliteitsprogramma om van de ene naar de andere provincie over te stappen. Mensen met een handicap krijgen daarbij voorrang, maar pas als vacatures niet binnen de andere provincie kunnen worden vervuld. Het HvJ EU overweegt dat een algemene regeling als deze niet kan worden beschouwd als een ‘redelijke tegemoetkoming’ in de zin van art. 5 van richtlijn 2000/78. Evenmin is duidelijk sprake van een onderscheid naar handicap, nu docenten met een handicap eerder worden bevoordeeld dan benadeeld door de mobiliteitsregeling.
12-03-2026
(Zaaknaam: Zirvatta, ECLI:EU:C:2026:198, EHRC-2026-0091) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
K.M.H. is bij geboorte in Bulgarije als man in het register van de burgerlijke stand vermeld, maar zij identificeert zich als vrouw. Zij woont in Italië en ervaart daar regelmatig ongemak van de discrepantie tussen haar uiterlijk en het op haar identiteitskaart vermelde geslacht. Naar Bulgaars recht is zonder geslachtsveranderende operatie wijziging van het geboorteregister echter niet mogelijk. Het EHRM overweegt dat de genoemde discrepantie en ongemakken een belemmering van het vrij verkeer kunnen opleveren. Daarvoor is geen rechtvaardiging denkbaar, nu staten juist verplicht zijn iemands genderidentiteit aan te passen. Dit moet de nationale rechter door Unierechtconforme interpretatie oplossen.
12-03-2026
(Zaaknaam: Shipova, ECLI:EU:C:2026:183, EHRC-2026-0090) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Een derdelander heeft door zijn huwelijk met een Unieburger in 2009 een afgeleid verblijfsrecht verworven, maar verliest dat recht in 2014 omdat het huwelijk wordt ontbonden. Als de derdelander later een nieuwe verblijfskaart wil aanvragen, is daarvoor ook informatie nodig over de activiteiten van zijn ex-echtgenote, maar zij weigert haar medewerking. Het HvJ EU oordeelt dat in zo’n geval het verdedigingsbeginsel en het recht op effectieve rechtsbescherming vergen dat de relevante elementen uit het dossier van de ex-echtgenote ter beschikking worden gesteld aan de derdelander, al moet de nationale rechter hierbij wel de vertrouwelijkheid van het dossier meewegen.
12-03-2026
(Zaaknaam: Deldwyn, ECLI:EU:C:2026:182, EHRC-2026-0084) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
EM System is voor 50% in handen van een aandeelhouder die op een Europese sanctielijst is geplaatst. In verband daarmee zijn de tegoeden van EM System bevroren. In die situatie moet niet alleen de op een sanctielijst geplaatste persoon in rechte kunnen opkomen tegen de bevriezingsmaatregel, maar ook een rechtspersoon, entiteit of lichaam die onder zeggenschap staat of eigendom is van die persoon. Een nationale procedure moet bovendien de mogelijkheid bieden om de bevriezingsmaatregel te laten opheffen als de tegoeden in werkelijkheid niet in bezit zijn van of onder zeggenschap staan van de op de lijst geplaatste persoon.
12-03-2026
(Zaaknaam: EM System, ECLI:EU:C:2026:181, EHRC-2026-0085)