Update
Uitspraken van 24 februari 2026 tot Gisteren
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 4 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
V.N. is met echtgenote en kinderen in 2013 vanuit Azerbeidzjan naar Zweden gereisd. Hun asielaanvragen zijn afgewezen, maar de echtgenote en kinderen hebben later een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen. Onder andere omdat V.N. in Azerbeidzjan was veroordeeld wegens ernstige vergrijpen, zou hij worden uitgezet, ook al was zijn echtgenote ernstig ziek en overleed zij in 2024. Toen V.N. een uitzettingsbevel kreeg, was echter nog niet bekend dat de ziekte van zijn vrouw zo ernstig was. Ook vanwege zijn status als ongewenst vreemdeling acht het EHRM de voorgenomen doorbreking van het gezinsleven niet in strijd met art. 8 EVRM.
19-02-2026
(Zaaknaam: V.N. e.a. t. Zweden, ECLI:CE:ECHR:2026:0219JUD004210123, EHRC-2026-0066) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Simoncini is in 2018 door de Consiglio Guiduziario Plenario (CGP) benoemd tot Commissario della Legge (CoL). In deze periode was er een discussie over de samenstelling van de CGP. De CGP besloot in 2020 de benoeming van Simoncini ongedaan te maken vanwege de eerdere onjuiste CGP-samenstelling. Vervolgens kwam nieuwe wetgeving tot stand over de samenstelling, die bepalend bleek in het geschil. Het EHRM oordeelt dat daardoor art. 6 EVRM is aangetast. De ongedaanmaking van de benoeming heeft bovendien tot zware reputatieschade geleid, terwijl er eigenlijk geen deugdelijke grondslag voor bestond en de belangen niet goed tegen elkaar zijn afgewogen.
19-02-2026
(Zaaknaam: Simoncini t. San Marino, ECLI:CE:ECHR:2026:0219JUD001439624, EHRC-2026-0065) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Cuculovic is aangehouden na aangifte door B. van mishandeling en bedreiging. De rechter in eerste aanleg weigerde hem hiervoor in voorarrest te nemen, maar de appelrechter gaf opdracht dat in afwachting van het hoger beroep over het voorarrestverzoek toch te doen. Vlak daarna trok B. zijn aangifte in. Dit leidde niet tot invrijheidstelling, maar het voorarrest duurde voort op basis van nieuwe feiten en omstandigheden. Omdat het openbaar ministerie die feiten en omstandigheden pas later heeft aangevoerd, oordeelt het Hof dat art. 5 lid 3 EVRM is geschonden.
19-02-2026
(Zaaknaam: Cuculovic t. Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2026:0219JUD002886517, EHRC-2026-0061) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Na een risicowedstrijd werd een groep supporters via een corridor van het stadion weggeleid. Koffi liep met twee anderen op deze route. Onverwacht vielen de supporters hen aan en schopten Koffi bewusteloos – vermoedelijk met racistische motieven. Het EHRM oordeelt in meerderheid dat de politie voldoende heeft gedaan om dit soort incidenten na de wedstrijd te voorkomen. Art. 3 EVRM is in materieel opzicht daarom niet geschonden. Wel is onvoldoende onderzoek gedaan naar de toedracht en naar de vermoede racistische motieven, zodat art. 3 EVRM in procedureel opzicht is geschonden. Ook is er een schending van art. 14 jo. 3 EVRM.
17-02-2026
(Zaaknaam: Koffi t. Bulgarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0217JUD0000009524, EHRC-2026-0064) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In Bulgarije heeft een agentschap de bevoegdheid om geheim agenten te laten infiltreren in maatschappelijke organisaties. Zij kunnen bijvoorbeeld ongemerkt fysieke en telefoongesprekken beluisteren, meekijken met (al dan niet elektronische) correspondentie en langere tijd in kantoorgebouwen rondlopen. Nu het Agentschap een zeer breed mandaat heeft, terwijl er nauwelijks waarborgen bestaan tegen willekeurige inzet of misbruik van de bevoegdheid, oordeelt het EHRM dat art. 8 EVRM is geschonden. Daarbij speelt mee dat niet alleen vergaand inbreuk wordt gemaakt op de privacy, maar ook afbreuk kan worden gedaan aan de maatschappelijke betrokkenheid van mensen.
17-02-2026
(Zaaknaam: Green Alliance t. Bulgarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0217JUD000658022, EHRC-2026-0063) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Erol Aksoy was aandeelhouder in een holding die mede-eigenaar was van een bank. Het beheer van de bank werd in 2008 overgenomen door een fonds. Na faillissement van de Erol Aksoy Groep verkocht het fonds een onderdeel van deze groep. Die verkoop bleek onrechtmatig, maar kon niet ongedaan worden gemaakt. Nu niet op een andere manier uitvoering aan de uitspraak is gegeven, is art. 6 EVRM geschonden. Gebleken is niet dat Aksoy significant aandeelhouder was in de ondernemingen die eigenaar waren van het verkochte onderdeel. Hij kan zich daarom geen slachtoffer noemen van een schending van art. 1 EP EVRM.
10-02-2026
(Zaaknaam: Erol Aksoy t. Turkije, ECLI:CE:ECHR:2026:0210JUD005891918, EHRC-2026-0062)