Update
Uitspraken van 22 september 2026 tot 5 oktober 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 17 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Strashunskyy lijdt aan paranoïde schizofrenie. In 2016 moest hij in verband daarmee worden overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis. Tijdens het transport werd hij ruw behandeld en liep hij een hersenschudding en kneuzingen op. Volgens de staf was dit zijn eigen schuld, maar dat is uit het onderzoek niet helemaal duidelijk geworden. Het EHRM stelt vast dat het onderzoek gebreken vertoonde. Gelet op de kwetsbaarheid van Strashunskyy had het transport bovendien zorgvuldig moeten worden voorbereid en uitgevoerd, onder begeleiding van goed getrainde staf. Nu daarvan niet is gebleken, is art. 3 EVRM in zowel procedureel als materieel opzicht geschonden.
17-09-2026
(Zaaknaam: Strashunskyy t. Oekraïne, ECLI:CE:ECHR:2026:0917JUD000652219, EHRC-2026-0232) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Klagers zoon overleed in 2014 tijdens zijn militaire dienst. Het onderzoek concludeerde dat hij zelfmoord had gepleegd op basis van getuigenverklaringen over ‘vreemd gedrag’. Het EHRM constateert ernstige gebreken: getuigen zijn niet gehoord, de schietafstand is niet onderzocht, medische rapporten zijn niet voldoende in het onderzoek betrokken, en alternatieve scenario’s zijn nooit bekeken. Dit levert een procedurele schending, en bij gebrek aan een plausibele verklaring, ook een materiële schending op van art. 2 EVRM. Omdat effectieve rechtsmiddelen tegen de staat ontbreken, is ook art. 13 EVRM geschonden.
17-09-2026
(Zaaknaam: Margaryan t. Armenië, ECLI:CE:ECHR:2026:0917JUD005426617, EHRC-2026-0231) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Lacote is in 1996 aangehouden op verdenking van moord, maar hij heeft zich vervolgens aan het strafrechtelijk onderzoek onttrokken. Enkele jaren na veroordeling bij verstek is hij aangehouden in Ivoorkust en uitgeleverd. Na verzet tegen de veroordeling bij verstek, volgde een tweede strafzaak. Daarin kon Lacote bepaalde getuigen niet nogmaals horen. Het EHRM overweegt dat de getuigenissen niet doorslaggevend waren en er voldoende compenserende procedurele waarborgen waren. Het wijst vooral op de mogelijkheden in de onderzoeksfase en in de eerste strafzaak, waar Lacote zelf geen gebruik van heeft gemaakt. Art. 6 lid 1 en lid 3 (d) EVRM is niet geschonden.
10-09-2026
(Zaaknaam: Lacote t. België, ECLI:CE:ECHR:2026:0910JUD001759623, EHRC-2026-0230) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In 2018 werd Savvas' kandidatuur voor benoeming in het Griekse cassatiehof afgewezen. Hij vocht deze beslissing aan bij het Cassatiehof, waar tijdens een plenaire zitting verschillende raadsheren hun ervaringen over Savvas naar voren brachten. Vervolgens deed Savvas bij de minister van Justitie schriftelijk beklag over de vage, lasterlijke uitspraken die gedaan waren. Dit leidde tot een tuchtrechtelijke voorwaardelijke schorsing voor drie maanden. Het EHRM overweegt dat Savvas’ uitingen niet openbaar waren, dat ze een zekere feitelijke grondslag hadden en dat de opgelegde sanctie een chilling effect kon hebben. De tuchtrechtelijke sanctie was daarom in strijd met art. 10 EVRM.
08-09-2026
(Zaaknaam: Alexandros Savvas t. Griekenland, ECLI:CE:ECHR:2026:0908JUD002715320, EHRC-2026-0226) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Twee aanhangers van een religieuze beweging zijn tijdens een (ongeautoriseerde) gewapende politieoperatie gearresteerd. Een van hen liep daarbij ernstige inwendige verwondingen op door afgevuurde kogels, de tweede raakte door rubberkogels gewond. In het ziekenhuis zijn zij maar beperkt voor deze verwoningen behandeld. Het EHRM heeft ernstige twijfels over de noodzaak van het gebruikte geweld. Het is aannemelijk dat de verleende zorg van slechte kwaliteit was. In ieder geval is het ingestelde onderzoek sterk tekortgeschoten en zijn er diverse gaten en tegenstrijdigheden in het beschikbare materiaal. Art. 3 EVRM is daardoor in zowel materieel als procedureel opzicht geschonden.
08-09-2026
(Zaaknaam: Abdulaliyev en Ismayilov t. Azerbeidzjan, ECLI:CE:ECHR:2026:0908JUD006451017, EHRC-2026-0225) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
A.A., van Jemenitische afkomst, heeft in Nederland een asielvergunning gekregen. In Jemen was hij getrouwd met drie vrouwen; daarmee had hij samen dertien kinderen. Vanwege het polygamieverbod kon een gezinsherenigingsverzoek maar voor één echtgenote en hun gezamenlijke kinderen worden gehonoreerd. Voor de andere kinderen zou dit alleen kunnen na echtscheiding. Het EHRM benadrukt dat er veel consensus is over het polygamieverbod en dat het handhaven daarvan een legitiem algemeen belang is. Dat is hier zorgvuldig afgewogen tegen de belangen van klager en zijn kinderen, die relatief veilig in Turkije verbleven. Art. 8 EVRM is dan ook niet geschonden.
08-09-2026
(Zaaknaam: A.A. t. Nederland, ECLI:EU:C:2026:0908JUD000748123, EHRC-2026-0224)
Hof van Justitie van de Europese Unie
-
Hof van Justitie van de Europese Unie
I-Sete procedeert over het verlies van een overheidsopdracht. Volgens aanbestedende dienst EDIA dreigt de bouwdeadline hierdoor niet gehaald te worden, waardoor EDIA de Europese financiering van het bouwproject zou mislopen. De nationale rechter is in zo’n geval verplicht tot opheffen van de automatische schorsende werking van de procedure. Het HvJ EU oordeelt dat het feit dat de rechter geen eigen belangenafweging kan maken, in strijd is met de aanbestedingsrichtlijn. Ondanks het legitieme doel van snelle aanbestedingsprocedures is dit niet acceptabel: het tast de wezenlijke inhoud aan van het door art. 47 Hv gewaarborgde recht op een doeltreffende voorziening in rechte.
17-09-2026
(Zaaknaam: I-Sete, ECLI:EU:C:2026:765, EHRC-2026-0229) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
De Estse Groene Partij kreeg voor de Europese Parlementsverkiezingen maar twee van haar negen kandidaten geregistreerd, omdat voor de overige geen waarborgsom (vijf keer het minimumloon per kandidaat) was betaald. Het HvJ EU oordeelt dat art. 17 Hv (eigendom) niet van toepassing is, maar dat de waarborgsom wel het door art. 39 Hv gewaarborgde passief kiesrecht beperkt. Deze beperking is legitiem en geschikt om lichtzinnige kandidaatstellingen te ontmoedigen, maar gaat verder dan noodzakelijk: het bedrag is veel hoger dan voor nationale verkiezingen en kan een groot deel van de begroting van kandidaten of partijen opslokken.
17-09-2026
(Zaaknaam: Erakond Eestimaa Rohelised, ECLI:EU:C:2026:762, EHRC-2026-0227) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
De Belgische partij Vlaams Belang presenteerde in 2022 het beleidsprogramma ‘IKEA-plan – Immigratie Kan Echt Anders’. De kleuren en illustraties leken sterk op de (beeld)merken van meubelbedrijf IKEA, dat procedeerde wegens misbruik van dit bekende merk. Het HvJ EU oordeelt dat voor gebruik van het merk een 'geldige reden' vereist is. Daarvoor moet het (intellectuele-)eigendomsrecht worden afgewogen tegen de (politieke) uitingsvrijheid. Vlaams Belang lijkt te hebben willen varen in het kielzog van de naamsbekendheid van IKEA, dat reputatieschade kan lijden door associatie met deze politieke denkbeelden. Een geldige reden voor het merkgebruik lijkt dan ook te ontbreken.
08-09-2026
(Zaaknaam: Inter IKEA Systems, ECLI:EU:C:2026:886, EHRC-2026-0228)