Update
Uitspraken van 8 september 2026 tot 21 september 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 16 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Sylvie Vallée is in gemeenschap van goederen getrouwd met C. en zij hebben samen twee onroerende zaken. Nadat C. is veroordeeld wegens verduistering zijn deze zaken geconfisqueerd. Het EHRM neemt aan dat Sylvie Vallée een eigendomsrechtelijk belang heeft, ondanks de gemeenschap van goederen. De confiscatie is niettemin ook jegens haar rechtmatig, nu zij mee heeft kunnen profiteren van de door de verduistering verkregen middelen, ze tijdens de strafzaak in de gezamenlijke woning kon blijven wonen, en ze voldoende mogelijkheden heeft gekregen om haar belangen in rechte te verdedigen. Art. 1 EP EVRM is dan ook niet geschonden.
03-09-2026
(Zaaknaam: Sylvie Vallée t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0903JUD001359821, EHRC-2026-0223) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De gele-hesjesbeweging – een federatie van Franse vakbonden – kondigde in 2022 een demonstratie aan in de Jardin des Champs-Élysées in Parijs. De Parijse autoriteiten gaven hiervoor geen toestemming omdat deze locatie zich niet voor een grootschalige demonstratie zou lenen en openbare-ordehandhaving daar moeilijk zou zijn. In plaats daarvan werd voorgesteld dat de demonstratie op de Place de la République plaatsvond. Het EHRM acht de aan dit voorstel ten grondslag liggende overwegingen niet onredelijk en oordeelt dat hiermee een redelijk evenwicht is gevonden tussen openbare-ordebelangen en het demonstratierecht. Art. 11 EVRM is hierdoor dan ook niet geschonden.
03-09-2026
(Zaaknaam: Le Syndicat GJ t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0903JUD005231522, EHRC-2026-0219) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Vier Italianen zijn tot levenslang veroordeeld vanwege maffia-gerelateerde misdrijven. Sinds 1992 vallen zij onder het ‘ergastolo ostativo’-regime, dat bekorting van de levenslange straffen onmogelijk maakt. In reactie op een EHRM-uitspraak uit 2019 is dit in 2022 is door nieuwe wetgeving veranderd. Het Hof oordeelt dat het nieuwe wettelijke regime verenigbaar is met art. 3 EVRM, al werd deze bepaling tot 2022 nog steeds geschonden. Het ‘ergastolo ostativo’-regime levert daarnaast strijd op met het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel (art. 7 EVRM) voor zover gevangenen al voor 1992 zijn veroordeeld en daarbij alleen een ‘reguliere’ levenslange gevangenisstraf opgelegd kregen.
03-09-2026
(Zaaknaam: Asciutto e.a. t. Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0903JUD002316916, EHRC-2026-0214) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
A.S. is in 2016 zonder arbeidsovereenkomst op de boerderij van D.G. gaan werken en wonen. D.G. betaalde haar boodschappen en andere eerste levensbehoeften, maar loon kreeg ze niet. Nadat hij in 2017 van de boerderij vertrok is D.G. op aangifte van A.S. strafrechtelijk vervolgd vanwege dienstbaarheid of gedwongen arbeid, maar daarvan is hij vrijgesproken. Het Hof acht art. 4 EVRM in dit geval van toepassing, maar oordeelt dat de nationale procedure zorgvuldig en open is geweest. Het ziet dan ook geen aanleiding om tot een andere conclusie te komen dan de nationale rechter. Art. 4 EVRM is dus niet geschonden.
03-09-2026
(Zaaknaam: A.S. t. Letland, ECLI:CE:ECHR:2026:0903JUD000932723, EHRC-2026-0212) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Mankus is in 2011 strafrechtelijk veroordeeld tot een boete wegens meineed. Hij werd benoemd in een openbare veiligheidsfunctie, maar in 2012 werd hij ontslagen vanwege zijn strafblad. Dat ontslag werd na een procedure van klager teruggedraaid, maar in 2019 werd hij na een integriteitscheck opnieuw ontslagen. Het EHRM toont begrip voor het belang van integriteit en nationale veiligheid, maar acht het niet onredelijk dat klager na de eerdere procedure aannam dat zijn reputatie was hersteld. Bovendien heeft het lang geduurd voordat de autoriteiten de eerdere ‘fout’ van terugplaatsing in de functie hebben rechtgezet. Art. 8 EVRM is dan ook geschonden.
01-09-2026
(Zaaknaam: Mankus t. Litouwen, ECLI:CE:ECHR:2026:0901JUD002533622, EHRC-2026-0221) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Brunell en McArdle werden verdacht van doodslag. In de strafzaak tegen hen speelden de getuigenverklaringen van X een belangrijke rol. In eerste aanleg werden de verdachten vrijgesproken omdat X niet betrouwbaar zou zijn, maar in hoger beroep werden zij veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf, mede op basis van de getuigenverklaringen van X. Zij konden X in hoger beroep echter niet ondervragen. Het EHRM ziet daarin een schending van art. 6 lid 1, mede omdat de veroordeling sterk was gebaseerd op de verklaringen van X.
01-09-2026
(Zaaknaam: Brunell en McArdle t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2026:0901JUD003039520, EHRC-2026-0215) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Zakenman en mensenrechtenactivist Kavala is in 2017 opgepakt vanwege gestelde betrokkenheid bij gewelddadige protesten. Sindsdien zit hij gevangen, ondanks twee uitspraken van het EHRM waaruit blijkt dat de gevangenschap politiek is gemotiveerd en strijdig is met de grondwaarden van het EVRM. De Grote Kamer oordeelt nu dat ook zijn levenslange veroordeling uit 2022 flagrant in strijd is met de uitings- en demonstratievrijheid en het resultaat is van een evident oneerlijk proces. Een onverkortbare levenslange straf is bovendien in strijd met art. 3 EVRM. Daarnaast is opnieuw art. 18 EVRM geschonden. De enige mogelijkheid van redres is hierbij onmiddellijke invrijheidstelling.
25-08-2026
(Zaaknaam: Kavala t. Turkije (nr. 2), ECLI:CE:ECHR:2026:0825JUD000217024, EHRC-2026-0218) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In 2023 besloot de gemeente Sofia een kleine, illegaal gebouwde nederzetting te slopen waar uitsluitend mensen van Roma-afkomst woonden. De bewoners werden (waarschijnlijk doelbewust) niet geïnformeerd over de afgifte van de sloopvergunningen en werden hierdoor overvallen. Veel van hen raakten dakloos. Het Hof heeft aarzelingen over de legaliteit en de legitimiteit van de sloop, maar baseert zijn bevinding van een schending van het huisrecht (art. 8 EVRM) primair op het ontbreken van iedere vorm van proportionaliteitsbeoordeling. Over de discriminatieklachten spreekt het zich niet afzonderlijk uit. Nu van illegale bewoning sprake was, is het eigendomsrecht (art. 1 EP) niet van toepassing.
25-08-2026
(Zaaknaam: Aleksieva e.a. t. Bulgarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0825JUD003091523, EHRC-2026-0213) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Hoewel het Russische lidmaatschap van de Raad van Europa per 16 maart 2022 is geëindigd, is het Hof aanhangige zaken tegen Rusland blijven behandelen. Het Hof heeft inmiddels ruim 15.800 zaken inhoudelijk afgedaan, maar er zijn er nog steeds zo’n 1000 aanhangig. Het besluit nu 879 nog aanhangige zaken van de rol te schrappen. Deze zaken hebben geen toegevoegde waarde voor de rechtspraakontwikkeling en zijn ook niet direct gelinkt aan het conflict dat tot beëindiging van het lidmaatschap leidde. Er is daardoor geen goede reden om ze te laten drukken op de capaciteit van het Hof.
07-07-2026
(Zaaknaam: Lebedeva t. Rusland, ECLI:CE:ECHR:2026:0707DEC004912007, EHRC-2026-0220)
Hof van Justitie van de Europese Unie
-
Hof van Justitie van de Europese Unie
Op verzoek van een Roemeense rechter beoordeelt het Hof of een nationale regeling die rechters verplicht onbeantwoorde rechtsvragen voor te leggen aan de hoogste rechterlijke instantie (ÎCCJ) en de zaak te schorsen, verenigbaar is met art. 19, lid 1, tweede alinea, VEU en art. 47 Handvest. Het Hof oordeelt dat deze bepalingen zich niet tegen zo'n regeling verzetten, mits de rechter zelf de rechtsvraag beoordeelt, exclusief bevoegd blijft de zaak te beslissen, en de bevoegdheid om prejudiciële vragen aan het Hof te stellen (art. 267 VWEU) gewaarborgd blijft.
03-09-2026
(Zaaknaam: Ministerul Finanţelor, ECLI:EU:C:2026:686, EHRC-2026-0222) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Volgens een Letse wettelijke regeling moet bepaalde informatie over aandeelhouders, ook minderheidsaandeelhouders, vrij toegankelijk zijn voor het publiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om naam en identificatienummer, maar ook om het contact- en e-mailadres. Het HvJ EU acht het niet noodzakelijk dat toegang wordt verschaft tot al deze informatie over minderheidsaandeelhouders. Er zijn beperkingen nodig van het aantal mensen dat toegang tot de informatie kan krijgen en er moeten betere waarborgen worden geboden tegen eventueel misbruik. De huidige wettelijke regeling verdraagt zich daardoor niet goed met de AVG en art. 7 en 8 Hv.
03-09-2026
(Zaaknaam: Jautiva, ECLI:EU:C:2026:679, EHRC-2026-0217) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Litouwen heeft in 2022 de tegoeden van onderneming Inter Rao Lietuva bevroren, omdat deze onderneming ‘banden’ zou hebben met een persoon die op de EU-sanctielijst in verband met de oorlog in Oekraïne staat. Het HvJ EU benadrukt dat lidstaten dergelijke extra maatregelen kunnen treffen ter uitvoering van hun Unierechtelijke verplichtingen. Zij moeten daarbij wel een deugdelijke en objectieve motivering leveren op basis van aanwijzingen dat er daadwerkelijk sprake is van enige zeggenschap of bezit. In het licht van art. 47 Hv moet de nationale rechter dit bewijs en de draagkracht daarvan kunnen beoordelen.
03-09-2026
(Zaaknaam: Inter Rao Lietuva, ECLI:EU:C:2026:691, EHRC-2026-0216)