Update
Uitspraken van 15 juli 2026 tot 27 juli 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 14 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan. In verband met het zomerreces bij de beide Europese hoven verschijnt er de komende weken geen nieuwsbrief. Op dinsdag 8 september vindt u nieuwsbrief 15 in uw mailbox.
Wij wensen u een goede zomer toe!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De klagers zijn Oekraïense ingezetenen en Jehovagetuigen. Toen zij van deur tot deur van hun geloof getuigden, zijn zij aangevallen. Volgens klagers hebben de autoriteiten onvoldoende onderzoek gedaan naar de aanval en in het bijzonder de religieuze motieven die achter de aanval schuil zouden gaan. Het EHRM stelt een schending vast van artikel 3 jo. 14 EVRM en van artikel 9 jo. 14 EVRM vanwege het ontoereikende strafrechtelijk onderzoek naar deze motieven, die klagers wel aannemelijk hadden gemaakt.
09-07-2026
(Zaaknaam: Barsuk en Gyl t. Oekraïne, ECLI:CE:ECHR:2026:0709JUD003158220, EHRC-2026-0190) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Klager is vervolgd door strafrechtelijke autoriteiten, de Securities Markt Commission en de Banco de Portugal wegens het verstrekken van onjuiste informatie aan de laatste twee. Hij werd volgens Portugees recht zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk veroordeeld. Het Hof oordeelt, op basis van een nieuwe aanpak voor het derde deel van de ne bis in idem-toets, dat alle procedures strafrechtelijk van aard waren, werden gevoerd vanwege dezelfde overtreding, en dat de drie procedures deel uitmaken van een geïntegreerd stelsel van procedures dat bedoeld was om verschillende aspecten van het handelen van klager te bestraffen. Geen schending van art. 4 Protocol 7.
09-07-2026
(Zaaknaam: Jesus Pinhal t. Portugal, ECLI:CE:ECHR:2026:0709JUD004804715, EHRC-2026-0198) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De verzoeker wordt vastgehouden in Guantánamo Bay en wordt door een Amerikaanse militaire commissie vervolgd. Volgens het Hof verbleef hij meer dan vijf maanden in een geheime CIA-detentiefaciliteit in Litouwen, met kennis en medewerking van de autoriteiten. Bovendien hadden zij de overbrenging van Al Nashiri vanuit Litouwen mogelijk gemaakt, terwijl er een reëel risico bestond dat hij in de VS zou worden berecht zonder een eerlijk proces en dat hij de doodstraf zou kunnen krijgen. Het besluit tot een schending van art. 6 en 8 EVRM, en art. 2 en 3 EVRM samen gelezen met art. 1 van Protocol 6.
07-07-2026
(Zaaknaam: Al Nashiri t. Litouwen, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD003190822, EHRC-2026-0188) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een Syrische vluchteling die sinds 2013 legaal in Denemarken verbleef, werd veroordeeld tot twee jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens grootschalig witwassen van opbrengsten uit de georganiseerde drugshandel. De nationale rechters koppelden aan de veroordeling een uitzetting met een inreisverbod van zes jaar. Het EHRM oordeelt dat geen schending van art. 8 EVRM voorligt. De Deense rechters hebben de proportionaliteit zorgvuldig beoordeeld, rekening houdend met de ernst van de feiten, de beperkte integratie van verzoeker, zijn gezinsleven en het tijdelijke karakter van het inreisverbod. Anders dan in Sharafane was terugkeer na afloop daarvan niet louter theoretisch.
07-07-2026
(Zaaknaam: Allabed t. Denemarke, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD001498325, EHRC-2026-0189) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
FC Porto, zijn communicatiedirecteur en voorzitter werden tuchtrechtelijk bestraft met boetes en tijdelijke schorsingen wegens publieke uitlatingen waarin zij scheidsrechters en het Portugese arbitragesysteem beschuldigden van partijdigheid, corruptie en wedstrijdmanipulatie. Zij voerden aan dat deze sancties hun vrijheid van meningsuiting schonden. Het EHRM oordeelde dat de meeste uitlatingen ongefundeerde waardeoordelen waren zonder voldoende feitelijke basis en daarom mochten worden bestraft. Voor één uitlating, die slechts de onpartijdigheid van een scheidsrechter bekritiseerde zonder beschuldigingen van corruptie, stelde het Hof echter een schending van artikel 10 EVRM vast, omdat die kritiek binnen de grenzen van het toelaatbare bleef.
07-07-2026
(Zaaknaam: Carvalho Marques e.a. t. Portugal, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD002970319, EHRC-2026-0192) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Het EHRM veroordeelde Bulgarije wegens schending van art. 3 EVRM naar aanleiding van de mishandeling van een arrestant tijdens zijn politiedetentie. Verzoeker vertoonde bij zijn overbrenging naar de voorlopige hechtenis verschillende verwondingen, waarvoor de Bulgaarse autoriteiten geen aannemelijke verklaring konden geven. Het Hof benadrukt opnieuw dat de bewijslast in dergelijke gevallen bij de overheid ligt. Daarnaast voldeed het strafrechtelijk onderzoek naar de vermeende mishandeling niet aan de vereisten van een doeltreffend onderzoek, onder meer wegens aanzienlijke vertragingen en het uitblijven van essentiële onderzoeksdaden. Bulgarije schond daarmee art. 3 EVRM, zowel materieel als procedureel.
07-07-2026
(Zaaknaam: Günana t. Bulgarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD005454922, EHRC-2026-0196) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een Sloveense blogger werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens belediging en laster van twee journalisten, die hij gedurende meerdere jaren via zijn persoonlijke blog met grove beledigingen en ongefundeerde beschuldigingen had bestookt. Ondanks rechterlijke bevelen en civielrechtelijke sancties zette hij zijn gedrag voort. Het EHRM oordeelt dat er geen schending van art. 10 EVRM is. De uitlatingen droegen niet bij aan een publiek debat, vormden een ernstige en voortdurende aantasting van de reputatie van de slachtoffers en rechtvaardigden, gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van de zaak, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
07-07-2026
(Zaaknaam: Kunstelj t. Slovenië, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD000525722, EHRC-2026-0199) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Tijdens de COVID-19-pandemie verbood Hongarije op grond van een algemeen samenscholingsverbod verschillende demonstraties en legde het administratieve sancties op aan deelnemers aan autoprotesten. Het EHRM oordeelt dat artikel 11 EVRM is geschonden ten aanzien van twee verzoekers van wie de geplande demonstraties automatisch werden verboden, zonder concrete beoordeling van het besmettingsrisico of een afweging van de betrokken belangen. Voor drie andere verzoekers, die administratieve sancties kregen wegens deelname aan protesten, stelt het Hof geen schending van de artikelen 10 en 11 EVRM vast, omdat de sancties proportioneel waren en binnen de ruime beoordelingsmarge van de staat vielen.
07-07-2026
(Zaaknaam: Rainbow Mission Foundation e.a. t. Hongarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0707JUD003227221, EHRC-2026-0200) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
A.P. is de moeder van R.P. Beiden hebben de Poolse nationaliteit. In R.P.’s geboortecertificaat staat E.K., ook een vrouw, als ‘ouder’ van R.P. geregistreerd. Vanwege de nauwe banden met Polen wil het gezin dat R.P.’s geboortecertificaat ook daar wordt erkend, zodat R.P. Poolse identiteitsdocumenten kan krijgen. Dat wordt geweigerd omdat het gezin geen ‘traditioneel’ gezin is met een man en een vrouw als ouders. Gelet op die reden, en rekening houdend met de vergaand nadelige consequenties voor R.P., oordeelt het Hof dat zowel art. 8 als art. 14 EVRM door de weigering zijn geschonden.
02-07-2026
(Zaaknaam: A.P. en R.P. t. Polen, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD000129819, EHRC-2026-0187) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In 2011 onderging Lilian, toen acht jaar oud, onder volledige narcose een tandheelkundige operatie. Er ging daarbij iets mis met de inzet van narcosegas, waardoor Lilian in coma raakte. Hoewel hij later bijkwam, is hij uiteindelijk, in 2022, aan de gevolgen van de ingreep overleden. Het EHRM ziet hierin geen schending van art. 2 EVRM in materieel opzicht. Wel oordeelt het dat onvoldoende is gedaan om nationale discussies over de inzet van het narcosegas en eventuele allergie van Lilian te onderzoeken. Zowel het strafrechtelijke als het tuchtrechtelijke onderzoek vertoonde diverse tekortkomingen. Art. 2 EVRM is daardoor wel in procedureel opzicht geschonden.
02-07-2026
(Zaaknaam: Caldarari t. Moldavië, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD005529417, EHRC-2026-0191) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Meteen na de geboorte van H. in 2017 is de moeder met een psychose opgenomen. Het blijkt daarna moeilijk voor de biologische moeder en vader om banden met H. op te bouwen, ook omdat H. onder de hoede van de kinderbeschermingsautoriteiten is gekomen. Ook de grootouders krijgen steeds minder mogelijkheden om contact te hebben met H. Uiteindelijk wordt H. beschikbaar gesteld voor adoptie en worden de familiebanden doorgesneden. Volgens het EHRM waren hiervoor onvoldoende gronden aanwezig en is te weinig gedaan om te zien of de ouders of grootouders toch voor H. hadden kunnen zorgen. Schending van art. 8 EVRM.
02-07-2026
(Zaaknaam: Dragoni e.a. t. Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD001265422, EHRC-2026-0193) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Na een voetbalwedstrijd raakten supporters van beide teams slaags. De oproerpolitie kwam tussenbeide en gebruikte daarbij onder meer wapenstokken. Fanesi werd enkele keren met een wapenstok op het hoofd geslagen en heeft daar blijvende neurologische schade aan overgehouden. Het Hof oordeelt dat in de omstandigheden voldoende aannemelijk is dat de schade is veroorzaakt door het optreden van de politie, ook al omdat geen goede alternatieve verklaring is gegeven. Daarnaast is het uitgevoerde onderzoek in verschillende opzichten gebrekkig geweest. Art. 3 EVRM is dan ook zowel in materieel als in procedureel opzicht geschonden.
02-07-2026
(Zaaknaam: Fanesi t. Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD002506320, EHRC-2026-0195) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Ivanyushchenko staat op een Zwitserse sanctielijst en zijn tegoeden zijn bevroren, omdat hij onderdeel zou uitmaken van de entourage van de in 2014 afgezette Oekraïense president Janoekovitsj. Het EHRM kan niet beoordelen of de bevriezing verenigbaar is met art. 1 EP EVRM, nu Zwitserland dat protocol niet heeft geratificeerd. Wel acht het aannemelijk dat Ivanyushchenko’s reputatie is geraakt. In de afweging tussen het algemene belang dat wordt gediend met de sancties en de reputatiebelangen hebben de Zwitserse autoriteiten echter terecht aangenomen dat het eerste belang het zwaarste weegt. Art. 8 EVRM is dan ook niet geschonden.
02-07-2026
(Zaaknaam: Ivanyushchenko t. Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD005470820, EHRC-2026-0197) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Ubeda heeft in 2021 aangifte gedaan van huiselijk geweld door G.P. tegen haar en haar kinderen. Zij zijn daarop naar een opvanghuis gebracht en G.P. is strafrechtelijk vervolgd. Het onderzoek en de procedure lijden echter grote vertraging en pas na drie jaar is G.P. zijn ouderlijke macht ontnomen en konden Ubeda en de kinderen het opvanghuis verlaten. De vertragingen in de procedures zijn volgens het Hof mede te wijten aan een seksistische en stereotyperende houding bij de officier van justitie. Daarnaast hebben de vertragingen zeer nadelige gevolgen gehad voor Ubeda en de kinderen. Art. 8 EVRM is dan ook geschonden.
02-07-2026
(Zaaknaam: Ubeda e.a. t. Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0702JUD000999324, EHRC-2026-0201) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In 2016 waren vijf politiemensen betrokken bij het onder bedwang krijgen van E.C.U., een man die op straat en later in huis verward en agressief gedrag vertoonde. Zij pasten daarbij diverse technieken toe, waaronder een klap op het hoofd. Uiteindelijk overleed E.C.U. aan een overdosis cocaïne, maar de vraag is opgekomen of het handelen van de politie strijdig was met art. 3 EVRM. Het Hof concludeert dat dat het geval was, onder meer omdat de klap op het hoofd onnodig leek, de politie onvoldoende getraind was voor deze situaties, en een art. 12 Sv-klacht niet helemaal overtuigend gemotiveerd werd afgewezen.
30-06-2026
(Zaaknaam: Eikenaar t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2026:0630JUD005205318, EHRC-2026-0194) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In Estland geldt een volledig rookverbod in gevangenissen. Een Kamer van het EHRM heeft in december 2025 geoordeeld dat dit in strijd is met art. 8 EVRM. Nadat een panel had besloten de zaak voor te leggen aan de Grote Kamer voor herbeoordeling, is het het Hof niet meer gelukt om nog contact te krijgen met de advocaat of de drie klagers. Een van hen bleek te zijn overleden; de twee andere zijn vrijgelaten. De Grote Kamer ziet geen redenen om de klacht nog te behandelen, ook niet in het mogelijke mensenrechtelijk belang, en schrapt de zaak van de rol.
30-06-2026
(Zaaknaam: Vainik e.a. t. Estland, ECLI:CE:ECHR:2026:0630JUD001798221, EHRC-2026-0202)