Update
Uitspraken van 30 juni 2026 tot 13 juli 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 13 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Shevchuk is in 2014 benoemd tot rechter in het Oekraïense Constitutionele Hof (CCU). Nadat een memo was rondgestuurd door drie klokkenluiders over onregelmatigheden in zijn functie-uitoefening, heeft een ethische commissie – samengesteld uit CCU-rechters – onderzoek gedaan. Twee klokkenluiders maakten ook deel uit van deze commissie. Uiteindelijk stemden twaalf van de achttien CCU-rechters voor ontslag, waaronder de klokkenluiders. Problematisch was volgens het EHRM het ontbreken van een mogelijkheid om de klokkenluidende rechters te wraken. Daardoor is het vereiste van objectieve onpartijdigheid geschonden (art. 6 lid 1 EVRM). Ook leverde het ontslag een onvoldoende voorzienbare reputatiebeschadiging op, in strijd met art. 8 EVRM.
25-06-2026
(Zaaknaam: Shevchuk t. Oekraïne, ECLI:CE:ECHR:2026:0625JUD000047421, EHRC-2026-0183) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Dotani is vanuit Afghanistan gevlucht naar Griekenland en heeft daar asiel gekregen. Hij probeert sinds 2018 zijn gezin te laten overkomen, maar daarvoor is nodig dat het consulaat in Islamabad bepaalde documenten verifieert en waarmerkt. Daarbij zijn vertragingen opgetreden en dat is nog verergerd sinds de machtsovername van de Taliban in 2021. Het EHRM overweegt dat Griekenland grotere coulance zou hebben moeten tonen vanwege de onmogelijkheid om de juiste documenten te bemachtigen, ook gelet op het belang van het gezinsleven en het bestaan van andere mogelijkheden om Dotani’s verzoek te beoordelen. Art. 8 EVRM is daarom geschonden.
23-06-2026
(Zaaknaam: Dotani t. Griekenland, ECLI:CE:ECHR:2026:0623JUD003107723, EHRC-2026-0172) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Karchava wilde uit protest tegen het ontbreken van gratis schoollunches een eenpersoonsdemonstratie houden. Daarbij wilde hij – daags voor oud en nieuw – in een tentje op het plein bij het Constitutionele Hof een hongerstaking houden. Daarvoor had hij geen toestemming en de politie hield hem dan ook aan; uiteindelijk werd hem een reprimande opgelegd. Het EHRM wijst erop dat geen van de redenen die de staat heeft aangevoerd (risico van beschadiging van een standbeeld, gevaren bij vuurwerk tijdens de jaarwisseling) relevant en voldoende is om de belemmering te rechtvaardigen. Art. 10 EVRM is dan ook geschonden.
23-06-2026
(Zaaknaam: Karchava t. Georgië, ECLI:CE:ECHR:2026:0623JUD003479023, EHRC-2026-0176) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Kiguradze werd in 2011 veroordeeld wegens spionage, maar is na amnestie vrijgekomen. In een heropende zaak is hij vrijgesproken. In 2018 zei parlementariër I.A. tijdens een interview in het parlementsgebouw dat Kiguradze eerder wegens spionage was veroordeeld, zonder de vrijspraak te benoemen. Een lasterprocedure door Kiguradze had geen succes vanwege I.A.’s parlementaire immuniteit. Het EHRM overweegt dat de nationale rechters op redelijke gronden het beroep op parlementaire immuniteit hebben gehonoreerd. Het ziet geen reden om zijn eigen oordeel daarvoor in de plaats te stellen. Het recht op toegang tot de rechter (art. 6 lid 1 EVRM) is daarom niet geschonden.
23-06-2026
(Zaaknaam: Kiguradze t. Georgië, ECLI:CE:ECHR:2026:0623JUD002578423, EHRC-2026-0177) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Tijdens het Russisch-Georgische conflict in Zuid-Ossetië in 2008 zijn verschillende Georgische krijgsgevangenen gemarteld en in een aantal gevallen gedood of overleden. Het EHRM houdt Rusland hiervoor verantwoordelijk. Weliswaar is het EVRM in het heetst van de strijd niet toepasbaar, maar martelingen en vernederingen van de krijgsgevangenen kunnen niet worden gezien als ‘oorlogshandelingen’. Er is veel direct en indirect bewijs van de martelingen, die in een aantal gevallen tot de dood heeft geleid, waarbij geen acht is geslagen op de beschermde status van krijgsgevangenen naar internationaal humanitair recht. Art. 2 en 3 EVRM zijn dan ook geschonden.
23-06-2026
(Zaaknaam: Malachini e.a. t. Rusland, ECLI:CE:ECHR:2026:0623JUD000918409, EHRC-2026-0178) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Marinakis is een van de tien rijkste zakenlieden in Griekenland. In 2017 werd hij beschuldigd van de organisatie van grootschalige drugshandel. Hier was veel aandacht voor vanuit de Griekse regering, waarbij twee ‘non-papers’ werden gepubliceerd waarin officieuze mededelingen werden gedaan over Marinakis’ betrokkenheid en verschillende bewindspersonen uitspraken over de kwestie deden. Het EHRM neemt aan dat de non-papers kunnen worden toegeschreven aan het persbureau van de premier. Gelet op alle sterke beschuldigingen en de gebruikte bewoordingen konden de verklaringen het publiek laten geloven dat Marinakis schuldig was. Daardoor is de door art. 6 lid 2 EVRM beschermde onschuldpresumptie geschonden.
23-06-2026
(Zaaknaam: Marinakis t. Griekenland, ECLI:CE:ECHR:2026:0623JUD002591618, EHRC-2026-0179) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De nieuwszender CNews heeft in 2021, tijdens de coronapandemie, een interview uitgezonden met infectioloog P. In het interview ontkende P. dat er een vijfde infectiegolf was, wees hij op behandeling met onder meer hydroxychloroquine en toonde hij zich zeer kritisch over de mRNA-vaccins. Vooral omdat hij hierin niet werd tegengesproken en er geen evenwichtig beeld ontstond, heeft toezichthouder Arcom een waarschuwing aan CNews gegeven. Het EHRM acht de daaruit volgende inbreuk op de uitingsvrijheid gerechtvaardigd. Het is overtuigd door de uitgebreide redenen die Arcom heeft gegeven. Bovendien was de sanctie gematigd. Art. 10 EVRM is dan ook niet geschonden.
18-06-2026
(Zaaknaam: Société d’Explotation d’un Service d’Information – CNews t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0618JUD004135523, EHRC-2026-0184) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Tijdens een periode van gewapend geweld tussen Armenië en Azerbeidzjan is de zoon van V.T. e.a. omgekomen. Uit forensisch onderzoek bleek dat zijn handen waren afgehakt en dat hij daarna is onthoofd. Het EHRM houdt hiervoor Azerbeidzjan verantwoordelijk. Weliswaar was er geen effectieve controle over het grondgebied, maar er was wel duidelijke gezags- en controle-uitoefening over de zoon. Het bewijsmateriaal maakt duidelijk dat de zoon is gemarteld en gedood in strijd met art. 2 en 3 EVRM. Dit moet zijn nabestaanden zoveel leed hebben bezorgd dat sprake is van vernederende behandeling, zodat art. 3 EVRM ook jegens hen is geschonden.
18-06-2026
(Zaaknaam: V.T. e.a. t. Azerbeidzjan, ECLI:CE:ECHR:2026:0618JUD002007516, EHRC-2026-0185) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een demonstrant die deelnam aan een protest tegen coronamaatregelen in juli 2020 werd aangehouden omdat hij beweerdelijk een politieagent had uitgescholden. Daarvoor is hij veroordeeld tot 60 dagen gevangenisstraf, deels omgezet in een boete. Volgens de demonstrant was er geen sprake geweest van een scheldpartij, maar de rechter weigerde zijn verzoek te honoreren om camerabeelden van het incident te bestuderen en een ooggetuige te horen. Het EHRM oordeelt dat die weigering de rechten van de verdediging (art. 6 lid 1 en lid 3 (d) EVRM) heeft geschonden.
16-06-2026
(Zaaknaam: Iskrenović t. Servië, ECLI:CE:ECHR:2026:0616JUD003942723, EHRC-2026-0175) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Ottlakán is levenslang gestraft en heeft geen vooruitzicht op vervroegde vrijlating. Na een EHRM-uitspraak heeft hij compensatie gekregen vanwege overbevolking van de gevangenis en slechte leefomstandigheden. Dit bedrag werd niet aan Ottlakán uitbetaald, maar op een geoormerkte rekening gezet voor inzet bij re-integratie na vrijlating. Het EHRM overweegt dat compensatiebedragen direct beschikbaar moeten zijn voor slachtoffers van een EVRM-schending als deze. Door de levenslange straf heeft Ottlakán geen enkele mogelijkheid om het bedrag te ontvangen of in te zetten voor re-integratie. Daardoor is het compensatierechtsmiddel niet effectief; dit levert een schending op van art. 13 jo. 3 EVRM.
16-06-2026
(Zaaknaam: Ottlakán t. Hongarije, ECLI:CE:ECHR:2026:0616JUD001720123, EHRC-2026-0182)
Hof van Justitie van de Europese Unie
-
Hof van Justitie van de Europese Unie
Na afwijzing van zijn asielverzoek is een terugkeerbesluit jegens DL genomen, waarin vermeld staat dat hij kan worden teruggestuurd naar Marokko, Algerije of Libië, en is hij in bewaring genomen. Volgens het HvJ EU kan een nationale rechter de rechtmatigheid van een inbewaringstelling beoordelen zonder daarbij te onderzoeken of bij het onderliggende terugkeerbesluit rekening is gehouden met het refoulementverbod. Wel moet hij zelf onderzoeken of nog steeds is voldaan aan het refoulementverbod als voorwaarde voor bewaring. Als meer landen zijn genoemd als bestemming, is het voldoende als het zich niet verzet tegen uitzetting naar ten minste een van deze landen.
25-06-2026
(Zaaknaam: Hardeker, ECLI:EU:C:2026:518, EHRC-2026-0174) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Bij een vergelijkend onderzoek voor administrateurs deden zich technische problemen voor. Kandidaten konden ofwel hun resultaten voor de toets laten staan, ofwel aan een vervangende tweede sessie deelnemen. Die bleek op hetzelfde scenario betrekking te hebben als de eerste toets, waardoor deelnemers aan de tweede sessie een zeker voordeel hadden omdat ze meer voorbereidingstijd kregen. Het HvJ EU oordeelt dat dit strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel, zeker omdat een minder vergaand alternatief (een toets over een ander scenario) voorhanden was.
25-06-2026
(Zaaknaam: VT/Commissie (Problèmes techniques lors d’un concours), ECLI:EU:C:2026:519, EHRC-2026-0186) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
In het kader van het recht op gegevenswissing heeft GS een klacht ingediend bij de AVG-toezichthouder. Daarnaast heeft zij een gerechtelijke procedure ingesteld. De AVG-toezichthouder heeft de klacht afgewezen in afwachting van de rechterlijke uitspraak. Het HvJ EU oordeelt dat het onder de AVG mogelijk moet zijn om verschillende rechtsbeschermingsmogelijkheden gelijktijdig te benutten. Het is wel mogelijk dat wordt voorzien in een mechanisme waarbij een procedure tijdelijk wordt opgeschort in afwachting van beoordeling in een andere procedure. Een klacht geheel afwijzen is echter niet aanvaardbaar zolang niet duidelijk is dat de parallelle rechtsgang zal leiden tot een inhoudelijk eindoordeel.
18-06-2026
(Zaaknaam: Datenschutzbehörde (Articulation des recours), ECLI:EU:C:2026:493, EHRC-2026-0171) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Een Belgische oppositiepoliticus heeft in het kader van de voorgenomen privatisering van postbedrijf Bpost in een radio-interview gedetailleerde informatie gegeven over de verkoop van het bedrijf. Hem is daarom een boete opgelegd wegens mededeling van voorwetenschap. Hier is sprake van een botsing tussen de bescherming van de integriteit van markten en de (zeer zwaarwegende) uitingsvrijheid van politici bij onderwerpen van algemeen belang. De nationale rechter moet in het licht van art. 52 lid 1 Hv nagaan of de politicus met zijn uitingen de meest geschikte, noodzakelijke en evenredige manier heeft gekozen om een discussie over de privatisering te initiëren.
18-06-2026
(Zaaknaam: FSMA, ECLI:EU:C:2026:497, EHRC-2026-0173) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
BG – een hoge legerofficier – is in januari 2022 geschorst omdat hij had geweigerd te voldoen aan de verplichting voor militair personeel om zich te laten vaccineren tegen Covid-19. Het HvJ EU oordeelt dat het alleen verplichten van militair (en dus niet civiel) personeel tot vaccinatie niet binnen het toepassingsbereik van de kaderrichtlijn gelijke behandeling valt. Verder is gebleken dat BG’s bezwaren verband hielden met de gezondheidsredenen voor vaccinatie en niet met een door de richtlijn beschermde ‘overtuiging’. Er is dan ook geen indirect onderscheid gemaakt op die grond.
18-06-2026
(Zaaknaam: Ministero della Difesa (Obligation vaccinale des militaires), ECLI:EU:C:2026:498, EHRC-2026-0180) -
Hof van Justitie van de Europese Unie
Een onderneming heeft via het account van een oud-medewerker achterhaald dat deze onrechtmatig bedrijfseigendommen heeft verkocht via eBay. Deze informatie is daarmee onregelmatig verkregen, maar de onderneming wil deze wel inbrengen in de rechtszaak tegen de ex-medewerker. Het HvJ EU beantwoordt een veelheid aan vragen over persoonsgegevensbescherming die hiermee samenhangen. In essentie oordeelt het dat de rechter dergelijke onregelmatig verkregen gegevens in zijn beoordeling mag betrekken, maar het gaat onder meer ook uitgebreid in op de relatie tussen de vereisten van art. 52 lid 1 Hv en art. 8 lid 2 Hv en het beginsel van minimale gegevensverwerking.
18-06-2026
(Zaaknaam: NTH Haustechnik, ECLI:EU:C:2026:496, EHRC-2026-0181)