Update
Uitspraken van 3 juni 2026 tot 15 juni 2026
Redactie: J.H. Gerards, H. Morre, J. Krommendijk, S. Lambrecht, P. Ölçer, B. Aarrass, L.E. Burgers, P. Cannoot, L.R. Glas, C. Mak, D.A.G. van Toor en C. Van de Graaf.
Geachte lezer,
Voor u ligt nieuwsbrief 11 van EHRC Updates. In deze nieuwsbrief treft u een overzicht van de nieuwste uitspraken aan.
Veel leesplezier gewenst!
De redactie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
-
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een journaliste deed verslag van een demonstratie en wilde ook het optreden van de politie daarbij in beeld brengen. Toen ze een groep demonstranten volgde die illegaal een kolenmijn inging, werd zij net als de demonstranten aangehouden. Ze mocht de aanhouding en de gebeurtenissen erna ook niet filmen. Het EHRM wijst op het grote belang van journalistieke verslaglegging, dat in de afweging tegen openbare-ordebelangen terdege moet worden betrokken. In dit geval is niet gebleken van een ‘pressing social need’ voor de aanhouding en het filmverbod, zodat art. 10 EVRM is geschonden.
28-05-2026
(Zaaknaam: Tozickova t. Tsjechië, ECLI:CE:ECHR:2026:0528JUD002151223, EHRC-2026-0154) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In de drie gevoegde zaken zijn na strafrechtelijke veroordelingen voor financiële misdrijven steeds inbeslagnames op goederen opgelegd ten bedrage van ettelijke miljoenen euro’s. Art. 7 EVRM is op deze inbeslagnames van toepassing. Uit art. 7 EVRM kan geen evenredigheidsvereiste worden afgeleid, maar de bepaling is geschonden voor zover er geen consistente rechtspraak was over de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Art. 1 EP EVRM vergt dat de omvang van de inbeslagname in verhouding moet staan tot het vergrijp en dat deze in ieder geval niet mag uitstijgen boven de waarde van de wederrechtelijk verkregen voordelen. Deze bepaling is hier geschonden.
28-05-2026
(Zaaknaam: Petrignani e.a. t. Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0528JUD002618714, EHRC-2026-0150) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Na een feestje is Kovalenko mishandeld door – onder anderen – twee ‘off-duty’ politiemannen. Deze mannen riepen de politie erbij en initieerden de arrestatie van Kovalenko, die ernstige hersenschade bleek te hebben. Na het incident is onderzoek ingesteld, maar dit heeft niet geleid tot juridische gevolgen. Het Hof overweegt dat de politiemannen weliswaar buiten dienst handelden, maar dat zij zodanig de indruk hebben gewekt van politiegezag uit te oefenen dat dit moet worden gezien als een verticale situatie waarvoor de staat aansprakelijk is. Gelet op de omstandigheden van het geval neemt het Hof procedurele en materiële schending van art. 3 EVRM aan.
28-05-2026
(Zaaknaam: Kovalenko t. Oekraïne, ECLI:CE:ECHR:2026:0528JUD002142518, EHRC-2026-0145) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Na een echtscheiding leed Kaya – toen net benoemd tot officier van justitie – aan vrij ernstige psychische problemen, waarvoor hij is behandeld. Vanwege de vrees dat zijn klachten tot verslechtering van zijn functioneren zouden leiden is Kaya ontheven van zijn functie als officier van justitie. Zijn verweer dat hij inmiddels in remissie was is afgewezen, zonder dat hij een mogelijkheid had hierover te procederen. Het EHRM stelt vast dat het hier gaat om een geschil over burgerlijke rechten en verplichtingen waarop art. 6 lid 1 EVRM van toepassing is. Door het ontbreken van toegang tot een rechter is deze bepaling geschonden.
26-05-2026
(Zaaknaam: Samet Kaya t. Turkije, ECLI:CE:ECHR:2026:0526JUD004210922, EHRC-2026-0151) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Mavrakis en Kasapoǧlu zijn in 2011 verkozen tot lid van de raad van bestuur van twee Stichtingen van de Grieks-orthodoxe kerk in Turkije. De Algemene Directie van beide stichtingen heeft deze benoemingen vervolgens ongedaan gemaakt omdat de leden van de raad van bestuur geen geestelijken mochten zijn. Het EHRM besluit deze zaak te beoordelen in het licht van art. 11 EVRM, omdat het hier primair gaat om uitoefening van de verenigingsvrijheid. Het stelt vast dat er geen enkele wettelijke basis was voor de ongedaanmaking van de benoemingen, zodat art. 11 EVRM is geschonden.
26-05-2026
(Zaaknaam: Mavrakis e.a. t. Turkije, ECLI:CE:ECHR:2026:0526JUD001254923, EHRC-2026-0147) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
J.B. is uit Syrië via Turkije naar Griekenland gevlucht en heeft daar asiel aangevraagd. In het licht van de EU-Turkije-deal hebben de Griekse bestuursorganen besloten dat J.B. naar Turkije kon en moest worden teruggestuurd. Het EHRM overweegt dat klagers asielverzoek in Griekenland zorgvuldig is beoordeeld en dat daarbij ook is onderzocht welke garanties zijn geboden in de EU-Turkije-deal. Daarbij is terecht geoordeeld dat daarbij voldoende is verzekerd dat bij terugzending geen sprake zou zijn van refoulement of art. 3 EVRM-schending. Art. 13 EVRM is dan ook niet geschonden door de gegeven beoordeling.
26-05-2026
(Zaaknaam: J.B. t. Griekenland, ECLI:CE:ECHR:2026:0526JUD005479616, EHRC-2026-0143) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een oud-politieman is na zijn pensioen naar Duitsland gemigreerd, mogelijk vanwege de gevolgen van zijn eerdere kritiek op het politieke bewind in Azerbeidzjan. Na zijn vertrek is zijn pensioenuitkering stopgezet, beweerdelijk om te voorkomen dat sprake zou zijn van een dubbele uitkering. Het EHRM ziet echter geen enkele wettelijke grondslag voor de beëindiging van de uitkering. Daarmee is het eigendomsrecht (art. 1 EP EVRM) geschonden.
26-05-2026
(Zaaknaam: Idris Akhundov t. Azerbeidzjan, ECLI:CE:ECHR:2026:0526JUD002282421, EHRC-2026-0142) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Drie juniorrechters wilden in 2006 doorstromen naar een functie als volwaardig rechter. Zij voldeden aan alle eisen en werden daarom door de Hoge Raad voor de Rechtspraak formeel voorgedragen voor benoeming. De President weigerde de voordracht echter te ondertekenen, zonder daarvoor redenen te geven. Gelet op het benoemingssysteem en het ontbreken van een motivering kon dit volgens het EHRM bij de juniorrechters een vermoeden van willekeur opleveren. Nu zij hierover niet konden procederen, is het recht op toegang tot de rechter (art. 6 lid 1 EVRM) geschonden.
21-05-2026
(Zaaknaam: Sobczynska e.a. t. Polen, ECLI:CE:ECHR:2026:0521JUD006276514, EHRC-2026-0152) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
In Armenië bestaat sinds 2014 resp. 2016 een procedure waarin schadevergoeding kan worden geboden als in een zaak het recht op een eerlijk proces is geschonden. Hoewel deze procedure ook kan worden benut bij redelijketermijnoverschrijdingen, stelt het Hof op basis van de toepassingspraktijk vast dat de procedure zich daarvoor niet goed leent. Het gaat daarmee om een rechtsmiddel dat niet hoeft te worden uitgeput in de zin van art. 35 EVRM. Gelet daarop nodigt het Hof Armenië onder art. 46 EVRM uit om een specifieke compensatieregeling voor redelijketermijnoverschrijdingen in het leven te roepen die wél aan de eisen voldoet.
21-05-2026
(Zaaknaam: Lena Hakobyan e.a. t. Armenië, ECLI:CE:ECHR:2026:0521JUD001372123, EHRC-2026-0146) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een zelfstandig gevestigde advocaat was verzekerd voor ziektekosten, maar als zelfstandige kwam zij niet in aanmerking voor doorbetaling van salaris tijdens een zwangerschapsgerelateerde ziekteperiode. Het EHRM overweegt dat er in Bosnië en Herzegovina relevante verschillen bestaan tussen zelfstandigen en werknemers, bijvoorbeeld omdat alleen werknemers een salaris ontvangen en bij ziekte de werkgever de eerste dertig ziektedagen doorbetaalt. Deze verschillen maken dat het niet onredelijk is om te kiezen voor een andere behandeling, zodat het discriminatieverbod van art. 1 P12 EVRM niet is geschonden.
19-05-2026
(Zaaknaam: Stankovic t. Bosnië-Herzegovina, ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD001110323, EHRC-2026-0153) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Fietskoerier Miladze heeft in 2022 een filmpje op TikTok gezet waarin hij de burgemeester van Tbilisi, diens ambtenaren en de politie uitscheldt vanwege de verkeersinfrastructuur in de stad. Het filmpje gaat viraal, maar Miladze wordt vanwege al het gescheld beboet. Het EHRM overweegt dat gratuite persoonlijke beledigingen niet worden beschermd en dat het hier ging om vergaand gebruik van scheldwoorden. Het zeer ruime verspreidingsbereik maakt optreden nog extra gerechtvaardigd, zeker nu geen andere toegangsbeperkingen zijn aangebracht dan een disclaimer wegens expliciet taalgebruik. Art. 10 EVRM is door de boete dan ook niet geschonden.
19-05-2026
(Zaaknaam: Miladze t. Georgië, ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004158523, EHRC-2026-0148) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
K.A. is vervolgd vanwege ernstig huiselijk geweld. Uit psychiatrisch onderzoek werd niet helemaal duidelijk of hij echt een psychiatrische aandoening had. Omdat er in ieder geval sprake was van een gevaarlijke persoonlijkheidsstructuur, is hij toch gedwongen opgenomen. Volgens het EHRM was er voldoende aanleiding om de gedwongen opname onder art. 5 lid 1 (e) EVRM te kunnen billijken. De procedure was zorgvuldig, ook omdat K.A. waar nodig werd bijgestaan door een tolk. Dat hij zijn kinderen niet als getuigen heeft kunnen ondervragen is voldoende gecompenseerd door andere procedurele waarborgen. Art. 5 lid 4 en 6 EVRM zijn daardoor niet geschonden.
19-05-2026
(Zaaknaam: K.A. t. Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2026:0519JUD004400124, EHRC-2026-0144) -
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Een Tunesische asielzoeker heeft bij het EHRM een interimmaatregel gevraagd omdat hij naar zijn zeggen in België zonder huisvesting en materiële voorzieningen behandeling van zijn asielverzoek moest afwachten. Het EHRM heeft die maatregel verleend, maar pas veel later bleek dat de asielzoeker al ten tijde van het verzoek naar Nederland was gereisd en daar woonde. Het EHRM ziet hierin misbruik van procesrecht, waarbij het relevant acht dat onjuiste informatie is gegeven en informatie is achtergehouden, terwijl het EHRM toch al overbelast is door de vele interimmaatregelverzoeken. De zaak is daarom niet-ontvankelijk en wordt dus niet inhoudelijk behandeld.
28-04-2026
(Zaaknaam: Mouelhi t. België, ECLI:CE:ECHR:2026:0426DEC003733623, EHRC-2026-0149)