Naar boven ↑

Rechtspraak

Szurovecz t. Hongarije
Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 8 oktober 2019
ECLI:CE:ECHR:2019:1008JUD001542816
Met annotatie door T. McGonagle

Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 oktober 2019, nr. 15428/16

De afwijzing van een verzoek om een nieuwsitem te maken over de activiteiten van een non-gouvernementele organisatie bij een asielzoekerscentrum is in strijd met het recht op vrije informatiegaring dat wordt beschermd door art. 10 EVRM.

Klager is journalist bij een Hongaars internet-nieuwsportal. In 2015 wilde hij een item maken over de activiteiten van een civil society organisatie bij een asielzoekerscentrum. Daarvoor moest hij goedkeuring krijgen van de immigratiedienst (OIN). Zijn goedkeuringsverzoek werd afgewezen door de persdienst van de OIN met als reden dat door het item de persoonlijkheidsrechten van de mensen die waren ondergebracht in het centrum zouden worden aangetast. Ook een tweede verzoek, waarin klager stelde dat hij alleen foto’s zou nemen met uitdrukkelijke toestemming van de mensen in het centrum, werd afgewezen met een beroep op de privacyrechten van de asielzoekers.
Voor het EHRM stelt klager dat deze afwijzing in strijd is met de vrije informatiegaring voor de pers die in art. 10 EVRM tot uitdrukking komt. Het Hof benadrukt het belang voor het garingsrecht voor journalisten; als de toegang tot informatie wordt geblokkeerd voor mensen die voor de media werken, kunnen zij hun essentiële taak als ‘public watchdogs’ moeilijk uitoefenen. Het Hof benadrukt ook dat vanwege het grote belang van deze waakhondfunctie en vanwege het feit dat het hier ging om een onderwerp dat evident van grote nieuwswaarde en groot maatschappelijk belang was, de margin of appreciation voor de staat zeer beperkt is en dat er zwaarwegende redenen moeten worden aangevoerd als rechtvaardiging voor de inbreuk. Het Hof merkt daarbij op dat de OIN zijn beslissing alleen heeft gemotiveerd met een verwijzing naar de privacyrechten van de mensen in het asielzoekerscentrum. Die redenen zijn weliswaar relevant, maar de vraag is of ze ook voldoende zijn om de beperking te kunnen rechtvaardigen. In dit verband wijst het Hof op het ontbreken van een Europese consensus als het gaat om mediatoegang tot asielzoekerscentra om daar verslag te leggen. Gelet daarop is het bereid om aan te nemen dat de margin of appreciation iets ruimer is dan in eerste instantie kan worden aangenomen. Niettemin is het Hof er niet van overtuigd dat de OIN voldoende aandacht heeft besteed aan het belang van de journalist om onderzoek te doen in het centrum. Klager zou het materiaal niet voor sensationalistische of vergelijkbare doeleinden inzetten en hij zou alleen foto’s nemen van mensen die hun voorafgaande toe stemming hebben gegeven. Daarmee heeft de OIN onvoldoende rekening gehouden. Het argument van de bescherming van de nationale veiligheid waarop de OIN zich heeft beroepen, was onvoldoende onderbouwd. Het argument van de OIN dat klager zijn informatie ook via andere wegen had kunnen vinden acht het Hof evenmin overtuigend; ook als er elders informatie was, is er nog steeds het belang van face-to-face-discussies en het verkrijgen van een daadwerkelijke eigen indruk van de leefomstandigheden in het centrum. Gelet op al die omstandigheden constateert het Hof een schending van art. 10 EVRM.

Szurovecz
tegen
Hongarije